Meditatie

'Welzalig de man
die niet wandelt in de raad van de goddelozen,
die niet staat op de weg van de zondaars,
die niet zit op de zetel van de spotters,
maar die zijn vreugde vindt in de wet van de HEERE
en Zijn wet dag en nacht overdenkt.'
Psalm 1 vers 1 en 2

In de eerste psalm wordt duidelijk gemaakt, waarover het in het boek van de Psalmen zal gaan. Er wordt onderwijs gegeven over de twee wegen die er zijn en over de mensen die daarop wandelen. Er worden ons twee soorten levensopvattingen getekend.
Eerst zien we een onrechtvaardige. Hij wandelt in de raad van de goddelozen, staat op de weg van de zondaren en zit op het gestoelte der spotters. In deze drie werk­woorden (wandelen, staan en zitten) wordt zijn hele leven getekend. De ongelovige is in slecht gezelschap. De keuze van zijn vrienden laat zien wat er in zijn hart leeft. Er is sprake van goddelozen (mensen die zich aan Gods Woord niets gele­gen laten liggen), van zondaren (mensen die in de zonde hun vreugde vinden) en spotters. Spotten is misschien wel het ergste; het is openlijk de spot drijven met God en Zijn dienst.
De psalm schildert ons ook een rechtvaardige. Zijn levenshouding is heel anders. Hij heeft leren nee-zeggen: hij wandelt niet in de raad van de goddelozen. Hij kan niet met hen mee, want hij heeft Gods wet lief. De dichter van psalm 119 brengt dat mooi onder woorden: 'Uw verordeningen zijn mijn gezangen geweest
op de plaats waar ik vreemdeling was' (7 vers 54). De rechtvaardige overdénkt Gods wet. Hij is er intens mee bezig, hij bestudeert Gods Woord en vraagt naar Zijn leiding.
Wie is zo'n rechtvaardige? Een farizeeër? Nee, want het gaat om mensen die God liefhebben en niet alleen uiterlijk naar Gods geboden leven. Rechtvaardigen zijn hier: oprecht gelovige mensen, kinderen van God, vromen (in de eigenlijke zin van het woord).
Voelen zij zich dan rechtvaardig? Zeker niet. Zulke rechtvaardigen zullen smet en zonde bij zichzelf ontdekken, maar dat drijft hen uit naar Gods genadetroon om vergeving. Dat doet hen - nieuwtestamentisch gesproken - hulp zoeken bij dé Recht­vaardige, die de zonden door Zijn bloed verzoend en de duivel overwonnen heeft. In Zijn vergeving mogen zij schuilen. Ze kunnen ook niet meer in de zonde leven, er komt een strijd in hun leven. Het is de strijd tegen de duivel en Zijn hele rijk.
Het onderscheid tussen rechtvaardigen en goddelozen wordt soms in dit leven al zichtbaar. Maar zeker in de toekomst. 'Want de oefening van het lichaam is van weinig nut, maar de godsvrucht is nuttig voor alle dingen, omdat zij de belofte van het tegenwoordige en van het toekomende leven heeft.' (1 Tim 4:8).
De weg van de goddeloze loopt op niets uit; hij zal niet bestaan als God Zijn gericht spant. Wij kunnen wel eens onder de indruk komen van de voorspoed der goddelo­zen, maar 't is slechts schijn. Eens zal de grote scheiding plaatsvinden tussen kaf en koren!
Een ernstige vraag komt op ons af: is onze levensopenbaring die van de rechtvaardi­ge of die van de onrechtvaardige?

 

Welzalig hij, die in der bozen raad,
Niet wandelt, noch op 't pad der zondaars staat,
Noch nederzit, daar zulken samenrotten,
Die roekeloos met God en godsdienst spotten;
Maar 's HEEREN wet blijmoedig dag en nacht
Herdenkt, bepeinst en ijverig betracht.